ECLI:NL:RBDHA:2023:1466
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag. De eerdere afwijzing van haar asielverzoek werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd, waardoor opnieuw op haar aanvraag moest worden beslist.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn van zes maanden, zoals bepaald in de Vreemdelingenwet 2000, is verstreken zonder dat verweerder een nieuw besluit heeft genomen. Eiseres heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld, dat daarom gegrond is.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft, met een maximum van € 7.500. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb, waarbij de zorgvuldigheid van de besluitvorming en eerdere hoorzittingen zijn meegewogen. De rechtbank volgt het 8+8-weken-model voor de termijnstelling in asielprocedures.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.