ECLI:NL:RBDHA:2023:14696
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen opgelegde ov-boete wegens onrechtmatig gebruik studentenreisproduct
Eiser maakte bezwaar tegen een ov-boete van €626,32 die door verweerder was opgelegd omdat hij vanaf september 2021 niet meer stond ingeschreven voor een opleiding die recht geeft op studiefinanciering, maar toch gebruik bleef maken van het studentenreisproduct.
De rechtbank oordeelt dat eiser verantwoordelijk is voor het tijdig stopzetten van het studentenreisproduct zodra het recht daarop vervalt. De brief van 19 maart 2021 waarin een verlenging van 12 maanden werd aangekondigd, bevatte geen ondubbelzinnige toezegging die op eiser van toepassing was, aangezien hij vanaf september 2021 niet meer ingeschreven stond. Eiser had kunnen en moeten nagaan of de verlenging op zijn situatie van toepassing was.
De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat de ov-boete terecht is opgelegd. Tevens wordt het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding afgewezen omdat de redelijke termijn niet is overschreden. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde ov-boete wordt ongegrond verklaard en de boete van €626,32 blijft gehandhaafd.