ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op toeslag één-oudergezin wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving een toeslag voor een één-oudergezin terwijl zij sinds haar huwelijk in 2000 niet aan de voorwaarden voldeed. De Minister trok de toeslag in over de periode 1 augustus 2007 tot en met 31 juli 2008 en vorderde het bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij geen duurzaam gescheiden leven voerde en geen recht had op de toeslag.
In hoger beroep stelde appellante dat zij tot 1 augustus 2008 duurzaam gescheiden leefde omdat haar echtgenoot in Marokko verbleef. Tevens voerde zij een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, onder verwijzing naar telefoongesprekken met de Minister. De Raad oordeelde dat de enkele stelling over verblijf in Marokko onvoldoende was om duurzaam gescheiden leven aan te nemen.
Verder stelde de Raad dat het vertrouwensbeginsel alleen slaagt bij ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen door het bestuursorgaan, welke niet aannemelijk waren gemaakt. De ingediende verslagen van telefoongesprekken waren bovendien na het bestreden besluit gevoerd en konden daaraan geen betekenis worden toegekend.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de toeslag één-oudergezin wordt bevestigd.