ECLI:NL:RBDHA:2023:14754
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag staatloze Palestijn wegens onvoldoende bewijs en ongeloofwaardigheid
Eiser, een staatloze Palestijn geboren in Israël en woonachtig in Egypte, diende op 2 juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Hij stelde problemen te hebben ondervonden door een eerwraakkwestie en discriminatie vanwege zijn afkomst en zigeunergemeenschap. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens gebrek aan bewijs van staatloosheid en onvoldoende aannemelijkheid van de vrees voor vervolging.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende documenten had overgelegd om zijn staatloosheid te onderbouwen, ondanks zijn stelling dat dergelijke documenten in Egypte niet worden verstrekt. Ook vond de rechtbank dat de staatssecretaris terecht alleen Egypte als land van bestendig verblijf had getoetst, aangezien eiser daar het grootste deel van zijn leven had gewoond en geen sterke banden met Israël had aangetoond.
Verder achtte de rechtbank de verklaringen over de eerwraakkwestie tegenstrijdig en daarmee ongeloofwaardig. De gestelde discriminatie leidde niet tot een ernstige beperking van zijn bestaansmogelijkheden, aangezien eiser toegang had tot onderwijs, werk en medische zorg. De rechtbank concludeerde dat geen sprake was van een gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico bij terugkeer en wees het beroep ongegrond af.
Uitkomst: De rechtbank wees het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van staatloosheid en ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.