ECLI:NL:RBDHA:2023:14774
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens gegrondverklaring bezwaar Ziektewetuitkering
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tot beëindiging van haar Ziektewetuitkering per 14 juni 2021. Nadat verweerder op 15 mei 2023 het bezwaar van verzoekster gegrond verklaarde en haar recht op uitkering herstelde, trok verzoekster haar beroep in.
Verzoekster verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling van verweerder. De rechtbank overweegt dat bij intrekking van een beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, proceskosten kunnen worden toegewezen. Verzoekster vroeg vergoeding van reiskosten, parkeerkosten, een vergoeding aan haar vriendin voor het bijwonen van hoorzitting en zitting, en kosten van rechtsbijstand.
De rechtbank wijst de reiskosten voor de zitting in beroep toe, maar niet de parkeerkosten en de vergoeding aan de vriendin, omdat deze niet onder het Besluit proceskosten bestuursrecht vallen. De kosten voor de beroepsmatige rechtsbijstand worden volledig toegekend. De totale proceskostenvergoeding bedraagt €1.686,20, inclusief het griffierecht dat verzoekster rechtstreeks bij verweerder moet claimen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van €1.686,20 aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van haar beroep wegens gegrondverklaring van haar bezwaar.