ECLI:NL:HR:2023:574
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bij hoger beroep in belastingzaak over inkomstenbelasting 2013
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch dat zijn hoger beroep tegen een belastingaanslag inkomstenbelasting 2013 had behandeld.
Het hof had de Inspecteur niet veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten omdat belanghebbende dit niet expliciet had verzocht, terwijl belanghebbende dit wel had gedaan. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de vergoeding van proceskosten heeft afgewezen en dat bij gegrondverklaring van het hoger beroep een vergoeding van proceskosten, waaronder griffierecht, toekomt.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het de proceskostenvergoeding betreft en draagt de Inspecteur op om het griffierecht van Rechtbank en Hof, alsmede de reis- en verletkosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, aan belanghebbende te vergoeden.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het cassatieberoep zelf. Het arrest is gewezen door raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk en op 14 april 2023 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover proceskostenvergoeding werd afgewezen en veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van griffierecht en reis- en verletkosten aan belanghebbende.