ECLI:NL:RBDHA:2023:14808
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering voor voormalig gemeenteraadslid wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Eiser, voormalig lid van de gemeenteraad van Den Haag, vroeg na afloop van zijn raadsperiode een WW-uitkering aan. Verweerder wees dit af omdat eiser niet als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet (WW) kon worden aangemerkt. Eiser voerde aan dat hij persoonlijk arbeid verrichtte en dat zijn arbeidsverhouding maatschappelijk gelijkgesteld kon worden met een gewone dienstbetrekking, mede vanwege inhoudingen van loonbelasting en de kwalificatie van de Belastingdienst.
De rechtbank oordeelde dat leden van vertegenwoordigende organen, zoals gemeenteraadsleden, volgens de wetgever niet als werknemers worden beschouwd en dat het Rariteitenbesluit geen grond biedt voor een fictieve dienstbetrekking in deze situatie. Hoewel eiser persoonlijke arbeid verrichtte, ontbraken de vereisten van een gezagsverhouding en loonbetaling; hij ontving een vergoeding en had een onafhankelijke controlerende rol.
Verder werd geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel niet werd geschonden omdat ook andere politieke ambtsdragers geen WW-recht hebben. De rechtbank verwierp het beroep en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van het voormalig gemeenteraadslid op een WW-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.