ECLI:NL:RBDHA:2023:14928
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank bevestigt dat Kroatië in beginsel verantwoordelijk is, mede op basis van een Eurodac-treffer en het feit dat eiser eerder in Kroatië verbleef.
De rechtbank overweegt dat Kroatië zich houdt aan internationale regels en fundamentele mensenrechten niet schendt, wat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondersteunt. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Kroatië risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro Handvest. Zijn algemene verwijzingen zijn onvoldoende concreet.
Daarnaast wijst de rechtbank het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening af, omdat er geen aanleiding is voor de staatssecretaris om het verzoek onverplicht zelf te behandelen. Het subsidiaire verzoek om aanhouding van de behandeling wordt afgewezen vanwege recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie EU. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië wordt ongegrond verklaard.