ECLI:NL:RVS:2023:3411
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag Dublinclaimant Kroatië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de asielaanvraag van een Iraanse vreemdeling niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de staatssecretaris niet voldoende had gemotiveerd dat Kroatië het interstatelijk vertrouwensbeginsel respecteert, mede vanwege het risico op pushbacks in Kroatië zoals eerder vastgesteld in een uitspraak van april 2022.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat hij adequaat onderzoek had gedaan naar de situatie in Kroatië, waarbij Kroatische autoriteiten hadden bevestigd dat Dublinclaimanten worden toegelaten tot de asielprocedure en dat pushbacks niet plaatsvinden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris aan zijn onderzoeksplicht had voldaan en dat de informatie van de Kroatische autoriteiten niet werd weersproken door rapporten van VluchtelingenWerk Nederland, Centre for Peace Studies of Border Violence Monitoring Network.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond, maar wees het beroep van de vreemdeling ongegrond omdat geen reëel risico op een schending van het EU Handvest of EVRM bestond. De zaak werd niet aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen over het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.