Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Westland, verweerder
[derde-partij 1] en [derde-partij 2], uit [woonplaats] , vergunninghouders
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft meerdere beroepen tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Westland inzake een omgevingsvergunning voor een keerwandconstructie en een trap op een perceel, alsmede een verzoek tot handhaving tegen een schutting.
Verweerder had vergunninghouders eerder een omgevingsvergunning verleend voor de keerwand en trap, waarbij wijzigingen waren aangebracht ten opzichte van de oorspronkelijke vergunning van 2018. Eiser stelde dat de wijziging niet toegestaan was, dat de vergunning onterecht niet was ingetrokken en dat de schutting onrechtmatig was geplaatst.
De rechtbank oordeelde dat de gewijzigde vergunning terecht was verleend, dat de opsluitbanden onder de keerwand niet bij de aanvraag hoorden en dat geen strijd was met het Bouwbesluit, de bouwverordening, het bestemmingsplan of redelijke eisen van welstand. De hoogte van de keerwand werd gemeten vanaf het perceel van vergunninghouders, waar deze onder maaiveldniveau ligt. Het verzoek tot intrekking van de vergunning werd afgewezen omdat vergunninghouders de vergunning reeds hadden benut.
Ten aanzien van de schutting overwoog de rechtbank dat deze niet hoger is dan 2 meter gemeten vanaf het aangepaste terrein, dat dit binnen de regels valt en dat het handhavingsverzoek terecht werd afgewezen. Ook werd geoordeeld dat eiser voldoende gelegenheid tot horen had gekregen. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de omgevingsvergunning en het handhavingsverzoek zijn ongegrond verklaard.