ECLI:NL:RVS:2019:804
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R.J.J.M. Pans
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor legaliseren inrit ondanks bezwaar over wateroverlast en bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel verleende op 6 december 2016 een omgevingsvergunning aan de vergunninghouder voor het legaliseren van een inrit op een perceel. Appellante, eigenaar van het aangrenzende perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende wateroverlast en strijd met het bestemmingsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat de aanvraag voor de omgevingsvergunning correct was en dat het college bevoegd was om de vergunning te verlenen. De vermeende wateroverlast werd onvoldoende onderbouwd en het college had voldoende rekening gehouden met de gebiedsaanduidingen en LNC-waarden.
Verder stelde de Afdeling vast dat het ophogen en verharden van het perceel niet in strijd was met het bestemmingsplan, aangezien een inrit ten behoeve van een aangrenzende woonbestemming is toegestaan. De bezwaren over een onjuiste oppervlakte en het dempen van een sloot faalden omdat dit niet aannemelijk was gemaakt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor het legaliseren van de inrit wordt bevestigd.