ECLI:NL:RBDHA:2023:1502
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij herhaalde aanvraag EU/EER-verblijfsdocument
Verzoeker, van Sierra Leoonse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een EU/EER-verblijfsdocument op grond van afgeleid verblijfsrecht via zijn minderjarige Nederlandse dochter. Na eerdere afwijzing en een terugkeerbesluit, werd zijn bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker stelde dat het ontbreken van een schorsende werking van bezwaar en het ontbreken van concrete uitzettingsplannen een schending van artikel 13 EVRM Pro betekende.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen sprake was van spoedeisend belang omdat verweerder bevestigde dat er geen concrete uitzettingsplannen zijn. Hierdoor kon geen voorlopige voorziening worden getroffen. Het ontbreken van spoedeisend belang betekent niet dat verzoeker geen effectief rechtsmiddel heeft, aangezien bezwaar, beroep en hoger beroep nog openstaan.
Verzoeker was niet op de zitting verschenen, en de rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is definitief en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.