ECLI:NL:RVS:2021:2109
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 30 augustus 2019 bepaald dat de vreemdeling Nederland onmiddellijk moet verlaten en heeft een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die in een tussenuitspraak de staatssecretaris de gelegenheid gaf de motivering aan te vullen en vragen stelde over vertrouwelijke stukken. Na aanvullende motivering heeft de rechtbank het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij wordt uitgezet tijdens de behandeling van het hoger beroep. De voorzieningenrechter oordeelde dat de enkele omstandigheid dat het besluit uitvoerbaar is, geen spoedeisend belang oplevert omdat er geen aanwijzingen zijn dat de uitzetting op korte termijn zal plaatsvinden.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de staatssecretaris niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij, waarbij de griffier A.M.L. Hanrath aanwezig was.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit en inreisverbod wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.