ECLI:NL:RBDHA:2023:15134
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit zonder vermelding land van terugkeer ongegrond verklaard
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen, de vaststelling dat zij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, en de niet-verlenging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank overweegt dat het bestreden besluit een vertrekplicht oplegt aan eiseres, maar geen land van terugkeer vermeldt, hetgeen volgens eiseres in strijd is met de Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG. De rechtbank stelt vast dat het land van terugkeer wel is vermeld in het primaire besluit van 3 juni 2022, namelijk Iran, en dat er geen aanwijzingen zijn dat dit land is gewijzigd.
De rechtbank concludeert dat eiseres voldoende gelegenheid heeft gehad om haar belangen met betrekking tot terugkeer naar Iran naar voren te brengen. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard omdat het land van terugkeer uit het eerdere besluit blijkt en eiseres voldoende gelegenheid heeft gehad haar belangen te uiten.