ECLI:NL:RBDHA:2023:15156
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieverzoek kinderopvangtoeslag wegens ontbreken van daadwerkelijke schade
Eiseres heeft voor de jaren 2014 en 2015 kinderopvangtoeslag ontvangen en verzocht om compensatie in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Verweerder wees het verzoek af omdat geen fouten met gevolgen voor de toeslag waren vastgesteld. De Commissie van Wijzen en de Bezwaarschriftenadviescommissie bevestigden dit oordeel.
Eiseres stelde dat zij door een drie dagen zichtbare conceptvermindering in haar digitale omgeving en het fraudeonderzoek naar haar kinderopvangaanbieder schade had geleden. Ook beriep zij zich op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat de conceptbeschikking geen gevolgen had en dat eiseres geen concrete schade aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank verwierp het beroep op institutionele vooringenomenheid en stelde dat de controle van verweerder regulier was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan. Het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van eiseres niet vergelijkbaar was met andere ouders die wel compensatie ontvingen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen compensatie toekende en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op compensatie wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van daadwerkelijke schade.