ECLI:NL:RBDHA:2023:15160

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2023
Publicatiedatum
9 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.610
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 42 VwArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn verblijfsvergunning asiel

Eiseres heeft op 11 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft niet tijdig beslist op deze aanvraag, waarna eiseres een ingebrekestelling indiende op 11 september 2022. De rechtbank heeft partijen gevraagd of een zitting nodig was, maar omdat geen van beide partijen hierom verzocht, werd het onderzoek schriftelijk afgedaan.

De kern van het geschil betrof de vraag of de beslistermijn door de Wet bestuursvernieuwing vreemdelingenzaken (WBV 2022/22) rechtsgeldig was verlengd met negen maanden. Eiseres betwistte dit en stelde dat de ingebrekestelling daarom niet geldig was en het beroep gegrond verklaard moest worden. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de situatie van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet van toepassing was, waardoor de beslistermijn verlengd was.

Hierdoor was de ingebrekestelling van 11 september 2022 te vroeg ingediend en voldeed deze niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier Hulsman op 20 april 2023.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling bij een verlengde beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.610
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.M. van Eik),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 11 juni 2022 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Eiseres betwist dat zich een situatie voordoet als bedoelt in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Eiseres vindt daarom dat verweerder met de WBV 2022/223 de beslistermijn niet geldig heeft verlengd en dat zij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld. Eiseres verzoekt de rechtbank het beroep gegrond te verklaren, verweerder op te dragen alsnog een besluit te nemen en hier een rechterlijke dwangsom aan te verbinden. De rechtbank volgt dit standpunt niet. De rechtbank verwijst voor de motivering naar de
1. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.
uitspraak van deze rechtbank van 24 maart 2023.4 Hierin heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2022/22 sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Eiseres heeft op 11 juni 2022 zijn asielaanvraag ingediend. De asielaanvraag van eiseres valt dus onder het toepassingsbereik van de WBV 2022/22. Dit betekent dat de beslistermijn in zijn zaak met negen maanden is verlengd en verweerder uiterlijk op 2023 op de aanvraag moet beslissen. De ingebrekestelling van
11 september 2022 is hierdoor te vroeg ingediend. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
O.G. Hulsman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 april 2023

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.