ECLI:NL:RBDHA:2023:15160
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn verblijfsvergunning asiel
Eiseres heeft op 11 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft niet tijdig beslist op deze aanvraag, waarna eiseres een ingebrekestelling indiende op 11 september 2022. De rechtbank heeft partijen gevraagd of een zitting nodig was, maar omdat geen van beide partijen hierom verzocht, werd het onderzoek schriftelijk afgedaan.
De kern van het geschil betrof de vraag of de beslistermijn door de Wet bestuursvernieuwing vreemdelingenzaken (WBV 2022/22) rechtsgeldig was verlengd met negen maanden. Eiseres betwistte dit en stelde dat de ingebrekestelling daarom niet geldig was en het beroep gegrond verklaard moest worden. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de situatie van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet van toepassing was, waardoor de beslistermijn verlengd was.
Hierdoor was de ingebrekestelling van 11 september 2022 te vroeg ingediend en voldeed deze niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier Hulsman op 20 april 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling bij een verlengde beslistermijn.