ECLI:NL:RBDHA:2023:15163
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft op 1 mei 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiser heeft daarop een ingebrekestelling gestuurd op 28 februari 2022, wat volgens hem recht gaf op beroep wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting. De rechtbank overweegt dat volgens de wet eerst een ingebrekestelling moet worden gedaan voordat beroep kan worden ingesteld. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de beslistermijn door een wettelijke regeling (WBV 2022/22) met negen maanden is verlengd vanwege bijzondere omstandigheden.
Omdat de asielaanvraag van eiser onder deze verlengde beslistermijn valt, was de ingebrekestelling van 28 februari 2022 te vroeg. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling.