ECLI:NL:RBDHA:2023:15187
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen door Staatssecretaris
Verzoeker is op 28 december 2021 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vanwege het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, heeft de Staatssecretaris alsnog op 2 februari 2022 een beslissing genomen. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om de proceskosten te veroordelen.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dat niet noodzakelijk was volgens artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) proceskosten kunnen worden toegewezen wanneer een bestuursorgaan niet tijdig beslist.
De Staatssecretaris heeft aangegeven bereid te zijn proceskosten te vergoeden tot €379,50, gebaseerd op het Bpb van 2022. De rechtbank stelt het bedrag echter vast op €418,50 conform het gewijzigde Bpb, waarbij rekening is gehouden met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van de zaak. De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen.