ECLI:NL:RBDHA:2023:152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid toegedichte homoseksualiteit
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van een vermeende vervolging wegens toegedichte homoseksualiteit. Hij stelde dat hij vluchtte na een inval van de politie op een mannelijk feest en een daaropvolgende aanval op het huis van zijn vader, wat leidde tot het overlijden van zijn vader.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat het asielrelaas niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel, mede omdat de overgelegde documenten zoals een arrestatiebevel en een krantenartikel waarschijnlijk vervalst waren. Ook waren de verklaringen over de inval en de vervolging vaag en onvoldoende concreet.
Verder werd het niet doen van aangifte tegen de aanvallers van het huis van de vader niet als onzorgvuldig beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer in Nigeria vervolging of ernstige schade zou lijden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning afgewezen wegens ongeloofwaardigheid.