ECLI:NL:RBDHA:2023:15296
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser diende op 26 juli 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in. De staatssecretaris had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 zes maanden de tijd om te beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote toestroom van aanvragen.
De staatssecretaris verlengde de beslistermijn rechtsgeldig met negen maanden door het inwerkingtreden van het WBV 2022/22. De rechtbank oordeelde in een eerdere zaak dat deze verlenging gerechtvaardigd was. Hierdoor was de beslistermijn voor eiser nog niet verstreken op het moment van de ingebrekestelling van 22 maart 2023.
Omdat het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen pas ingediend kon worden nadat de ingebrekestelling ontvankelijk was en twee weken waren verstreken, was het beroep prematuur en voldoet het niet aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.