ECLI:NL:RBDHA:2023:15346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 15 september 2023, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure als kennelijk ongegrond werd afgewezen.
Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris de rechtbank geïnformeerd dat eiser per 22 september 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser kon niet bevestigen waar eiser verbleef en wist niet of hij nog in Nederland was, hoewel hij aangaf dat eiser op de hoogte was van de zitting en de opdracht niet had ingetrokken.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak bij vertrek met onbekende bestemming zonder mededeling van verblijfplaats, wordt aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland, tenzij de gemachtigde kan aantonen dat er nog contact is en dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft. Dit laatste was niet het geval.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de procedure.