ECLI:NL:RBDHA:2023:15362

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
23.16831
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Vluchtelingenverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek Nigeriaanse vrouw wegens onvoldoende bewijs voor vrees vervolging

Eiseres, een Nigeriaanse vrouw die zich in 2019 tot het christendom bekeerde, verzocht om asiel in Nederland uit vrees voor offerpraktijken door haar ex-partner en vanwege haar bekering. De staatssecretaris wees haar aanvraag in 2023 af, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.

De rechtbank beoordeelde de verklaringen van eiseres, waaronder de vondst van voorwerpen die zij associeert met voodoo-rituelen en haar bewering dat haar ex-partner haar of haar zoon wil offeren. De rechtbank oordeelde dat deze vrees niet aannemelijk is omdat deze slechts op vermoedens is gebaseerd en onvoldoende concreet is onderbouwd.

Ook de stelling dat haar bekering tot het christendom leidt tot gevaar werd niet bevestigd, omdat eiseres zelf verklaarde nooit problemen te hebben ondervonden en sinds 2010 bij haar moeder woont. De rechtbank concludeerde dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging heeft en dat het beroep ongegrond is, waardoor zij moet terugkeren naar Nigeria.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiseres moet terugkeren naar Nigeria.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.16813

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. E.W.B. van Twist),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Eiseres stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum]. Zij heeft op 4 juni 2019 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft in de verlengde asielprocedure de aanvraag met het bestreden besluit van 7 juni 2023 afgewezen als ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep op 14 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt het besluit van verweerder aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd: de beroepsgronden. De uitkomst hiervan is dat de rechtbank het beroep ongegrond zal verklaren. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het besluit van verweerder in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres beoordeeld aan de hand van de relevante elementen uit haar verklaringen. Dit zijn allereerst de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres. Daarnaast heeft eiseres verklaard over het aantreffen van een aantal voorwerpen in huis en heeft zij in verband daarmee gesteld dat zij vreest dat haar ex-partner haar of haar zoon om het leven zal brengen. Verder heeft verweerder als relevant element beoordeeld dat eiseres zegt te zijn bekeerd tot het christendom. De relevante elementen leiden volgens verweerder niet tot de conclusie dat eiseres een gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of dat zij een reëel risico op ernstige schade loopt. Eiseres heeft dus geen asiel nodig. Verweerder vindt hierbij de vrees van eiseres voor haar ex-partner namelijk niet aannemelijk, omdat deze vrees uitsluitend gebaseerd is op een vermoeden. Daarnaast heeft eiseres over haar bekering tot het christendom verklaard dat zij als gevolg daarvan niet echt problemen heeft gehad en dat zij die bij terugkeer evenmin verwacht.
5. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat uit de aangetroffen voorwerpen volgt dat er vergevorderde plannen waren om haar of haar zoon te offeren en dat een begin van uitvoering al was gemaakt. De enige manier om afstand van hem te kunnen nemen was door te vluchten. Daarnaast is eiseres tot het christendom bekeerd, maar dit wordt door haar familie en de autoriteiten in Nigeria niet geaccepteerd. Eiseres heeft in Nigeria daarom geen bescherming.
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de verklaringen van eiseres op een juiste wijze heeft beoordeeld.
7. Verweerder stelt niet ten onrechte dat de vrees van eiseres voor haar ex-partner niet aannemelijk is omdat deze alleen is gebaseerd op een vermoeden. Eiseres heeft verklaard dat zij thuis een kalebas, zwarte zeep en kippenvleugels heeft aangetroffen en dat zij daarom vreest dat haar ex-partner op haar of haar zoon een voodoo-ritueel wil uitvoeren. Verweerder wijst er terecht op dat eiseres zelf ook zegt dat zij niet weet welke plannen haar ex-partner heeft en dat zij haar ex-partner hier ook niet naar heeft gevraagd. Daarnaast heeft eiseres verklaard dat ze de precieze betekenis van de thuis aangetroffen voorwerpen niet kent. Het vermoeden van eiseres dat haar ex-partner haar wil offeren omdat hij werkloos is en geen geld heeft is ook niet verder onderbouwd. Daarnaast heeft eiseres verklaard dat ze sinds 2010 geen contact meer met hem heeft gehad en dat hij ook geen contact heeft gezocht met haar familie.
8. Voor zover eiseres stelt dat zij na haar bekering niet meer bij haar familie terecht kon, heeft verweerder terecht gewezen op de verklaringen van eiseres dat zij nooit echt problemen heeft ondervonden als gevolg van haar bekering. Verder heeft verweerder er in het bestreden besluit op gewezen dat eiseres in 2010 is bekeerd en toen bij haar moeder is gaan wonen. Eiseres heeft haar stelling dat zij geen bescherming zal krijgen van haar familie of van de Nigeriaanse autoriteiten niet verder onderbouwd.
9. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres moet terugkeren naar Nigeria. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.