ECLI:NL:RBDHA:2023:15410
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op dringende reden voor vermindering terugvordering wezenuitkering
Eiseres had recht op een wezenuitkering die in 2015 met terugwerkende kracht werd beëindigd omdat zij niet meer aan de voorwaarden voldeed. Verweerder stelde vast dat zij een bedrag van €4.502,02 te veel had ontvangen en dit moest terugbetalen. Omdat eiseres niet in één keer kon betalen, werd jaarlijks beoordeeld of zij maandelijks kon aflossen. Vanaf 2015 tot 2021 was er geen ruimte voor aflossing, maar in 2022 werd bepaald dat zij maandelijks €31,50 moest terugbetalen.
Eiseres voerde aan dat er sprake was van een dringende reden om van terugvordering af te zien vanwege haar psychische problemen en de zorglast die haar grootmoeder draagt, die ook gezondheidsproblemen heeft. Verweerder stelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd en dat de terugvordering terecht was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende informatie was over de inkomenspositie en mentale gezondheid van eiseres om tot een lagere invordering over te gaan. De verantwoordelijkheid lag bij eiseres en haar grootmoeder om de benodigde gegevens te verstrekken. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van de wezenuitkering wordt ongegrond verklaard.