ECLI:NL:CRVB:2022:1609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering nabestaandenuitkering na huwelijk
Appellant ontving vanaf 1 april 2015 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Hij trouwde in 2017 in Soedan, maar meldde dit huwelijk niet tijdig aan de Sociale verzekeringsbank (Svb). Na een steekproef en huisbezoek concludeerde de Svb dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden.
De Svb trok de uitkering met ingang van 1 februari 2017 in en vorderde de ten onrechte betaalde bedragen van ruim €28.700,- terug. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet wist dat een in het buitenland gesloten huwelijk gemeld moest worden en beriep zich op het vertrouwensbeginsel. Ook stelde hij dat het ontbreken van een tolk tijdens het huisbezoek hem benadeelde.
De Raad oordeelde dat het huwelijk rechtsgeldig was en dat de uitkering terecht was ingetrokken conform artikel 16 ANW Pro. Appellant had zijn inlichtingenplicht geschonden, wat duidelijk was gecommuniceerd in eerdere brieven en beslissingen. Het ontbreken van een tolk deed hier niet aan af. De terugvordering was wettelijk verplicht en er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de nabestaandenuitkering worden bevestigd vanwege niet tijdige melding van het huwelijk zonder dringende redenen voor afzien van terugvordering.