Eiser, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, is sinds 6 april 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft deze maatregel op 2 oktober 2023 met maximaal twaalf maanden verlengd. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel en tevens tegen het verlengingsbesluit.
De rechtbank toetst in deze procedure uitsluitend de periode vanaf 1 oktober 2023 tot en met 9 oktober 2023, inclusief het verlengingsbesluit. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld, waaronder het ontbreken van volledige medewerking van eiser aan zijn uitzetting en het ontbreken van concreet zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank overweegt dat eiser passief is gebleven en niet volledig meewerkt aan zijn uitzetting, ondanks meerdere vertrekgesprekken en verzoeken daartoe. De voortgangsrapportage toont aan dat de uitzettingsprocedure bij de Marokkaanse autoriteiten in behandeling is, en dat er zicht is op uitzetting. De gronden voor de maatregel en de verlenging daarvan zijn niet betwist en worden als terecht beoordeeld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen het verlengingsbesluit staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, terwijl tegen het voortduren van de bewaring geen rechtsmiddel openstaat.