Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], geboren op [geboortedatum] 1994 in Marokko, eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
3. De rechtbank stelt op grond van de door verweerder overlegde stukken vast dat verweerder in de te beoordelen periode, namelijk op 2 oktober 2023, een verlengingsbesluit heeft genomen en aan eiser heeft uitgereikt. Voor zover niet reeds zou gelden dat dit verlengingsbesluit in de onderhavige procedure door de rechtbank ambtshalve moet worden getoetst, geldt dat uit de beroepsgronden van eiser naar voren komt dat hij het niet eens is met deze verlenging, zodat de rechtbank het onderhavige beroep tevens aanmerkt als een beroep tegen het verlengingsbesluit. Het voorgaande betekent dat in deze procedure de te beoordelen periode loopt van 1 oktober 2023 tot 9 oktober 2023 (datum sluiten onderzoek), inclusief het in die periode genomen verlengingsbesluit.
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel van bewaring is voldaan. Verweerder heeft in de voortgangsrapportage van 2 oktober 2023 vermeld welke handelingen zijn verricht om de uitzetting van eiser te kunnen realiseren en wat de stand van zaken is. Verweerder heeft vanaf 6 maart 2023 maandelijks vertrekgesprekken gevoerd, voor het laatst op 2 oktober 2023. Er zijn in totaal 11 vertrekgesprekken gevoerd, die niet hebben geleid tot eisers vertrek. Verweerder heeft meerdere malen eiser verzocht aan eiser om inspanningen te verrichten om de duur van het vertrekproces en daarmee de voortzetting van de maatregel van bewaring te bekorten. Eiser heeft nagelaten om tijdens die vertrekgesprekken informatie of bescheiden te overleggen om de afgifte van een lp te bespoedigen. Pas tijdens het vertrekgesprek van 18 september 2023 heeft eiser zijn (naar eigen zeggen) echte naam en geboortedatum opgegeven en pas tijdens het vertrekgesprek van 26 september 2023 heeft eiser aangegeven een vrijwilligersbrief te willen schrijven. Het is niet uitgesloten dat een lp spoedig zal worden afgegeven, als eiser de benodigde medewerking verleent. Het enkele feit dat hij passief is en verweerder niet zou tegenwerken, betekent niet dat hij (volledig en actief) meewerkt aan zijn uitzetting.
ambtshalverechtmatigheidsbeoordeling in de uitspraak van 13 oktober 2023 in strijd is met artikel 47 van Pro het Handvest van de Grondrechten omdat ongevraagd en zonder openbare zitting en zonder mogelijkheid van hoger beroep ambtshalve een oordeel is gegeven, behoeft dit dan ook geen bespreking, daargelaten dat in de uitspraak van 13 oktober 2023 is bepaald dat voor zover de uitspraak betrekking heeft op het verlengingsbesluit, hiertegen hoger beroep openstaat.
advies uit te brengen over principiële vragen inzake de uitlegging of toepassing van de rechten en vrijheden die zijn omschreven in het Verdrag”. Nederland heeft in dat kader zich beperkt tot het aanwijzen van de hoogste rechterlijke instanties, in plaats van de aanwijzing te baseren op omstandigheid welke rechterlijke instantie in welke procedure materieelrechtelijk de “hoogste rechter” is. De rechtbanken zijn niet aangewezen door Nederland, zelfs niet bij volgberoepen waarin de rechtbank de eerste en tevens enige aanleg is en de rechtmatigheid van de inbreuk van het grondrecht op vrijheid ter toetsing voorligt. Artikel 10 van Pro Protocol 16 geeft de lidstaten de mogelijkheid deze aanwijzing van de rechterlijke instanties te allen tijde te wijzigen en de rechtbank zou het waarderen als dit ook geschiedt in die zin dat de aanwijzing bewerkstelligt dat in elk “type procedure” een rechter bevoegd is om zich tot het EHRM te wenden voor nader advies om zo nog meer te verzekeren dat de rechter op juiste wijze de naleving van de grondrechten zoals neergelegd in het EVRM waarborgt.
beide partijenom de rechtmatigheid van de voortduring van de bewaring tot aan het sluiten van het onderzoek ter zitting te beoordelen. Het belang van eiser om een rechtmatigheidsbeoordeling te verkrijgen is evident; indien de voortduring niet rechtmatig is dient eiser zo spoedig mogelijk in vrijheid gesteld te worden. Het belang voor verweerder om thans een rechtmatigheidsbeoordeling te verkrijgen acht de rechtbank ook evident. Verweerder handelt als bestuursorgaan immers in het algemeen belang en het is vanzelfsprekend in het algemeen belang om niemand onrechtmatig in bewaring te houden en verweerder zal, naar de rechtbank aanneemt, daarom ook wensen dat een door hem mogelijk niet onderkende onrechtmatige vrijheidsontneming zo spoedig mogelijk wordt beëindigd. De rechtbank zal daarom in deze procedure, hoewel het beroep is ingesteld tegen een verlengingsbesluit en dit beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tevens de voortduring van de maatregel beoordelen.
rechtmatigheid van de voortduringvan de maatregel waarvoor het verlengingsbesluit wel de grondslag is. De voortduring van de bewaring is dus niet gebaseerd op “een ander besluit dan het besluit waartegen beroep is ingesteld”. In de onderhavige procedure beoordeelt de rechtbank bovendien geen ander besluit dan het besluit waartegen het beroep formeel is gericht, omdat verweerder geen “besluit tot voortduring van de bewaring” heeft genomen.
énde omvang van het geding gegeven, ongeacht welk “besluit” formeel moet worden getoetst. De rechtbank verwijst in dit kader ook naar de uitspraak van de Afdeling van 3 mei 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1963) waarin de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 6 februari 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:1144) is vernietigd en is teruggewezen en naar de uitspraak die deze rechtbank en zittingsplaats vervolgens op 23 juni 2023 heeft gedaan (ECLI:NL:RBDHA:2023:9054), waarbij de rechtbank opmerkt dat de Afdeling nog geen uitspraak heeft gedaan op het wederom door verweerder ingestelde hoger beroep. Ook in die procedure heeft de Afdeling, naar het oordeel van de rechtbank, de “omvang van het geding” zodanig beperkt uitgelegd en bepaald dat dit niet verenigbaar is met het karakter van vrijheidsontneming. In die procedure bij de rechtbank lag geen beroep tegen (de voortduring van) een maatregel van bewaring voor, maar werd de betreffende derdelander wel in bewaring gehouden op grond van het wel te toetsen terugkeerbesluit, zodat de rechtbank aanvankelijk alle rechtmatigheidsaspecten van het terugkeerbesluit aanvullend ambtshalve heeft beoordeeld en dit na de vernietiging en terugwijzing wederom heeft gedaan.
nade niet-ontvankelijkverklaring in deze procedure, hoger beroep zal instellen tegen die uitspraak op het verlengingsbesluit. De rechtbank gaat in volgberoep-procedures in beginsel uit van de rechtmatigheid van de grondslag van de voortduring van de maatregel en zoals gemotiveerd in de maatregel van bewaring of het verlengingsbesluit. Deze bewaringsmaatregel of dit verlengingsbesluit is immers reeds door de rechter getoetst.
a) de betrokken onderdaan van een derde land niet meewerkt,
beroeptegen de voortduring van de tenuitvoerlegging van de bewaringsmaatregel ongegrond verklaren. Eiser is en wordt niet onrechtmatig in bewaring gehouden. Eiser maakt geen aanspraak op schadevergoeding en de rechtbank ziet geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het verlengingsbesluit niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen de voortduring van de tenuitvoerlegging van de bewaringsmaatregel ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
mr.M.M.M.F. Roijen, griffier.
Tegen deze uitspraak staat voor zover daarbij is beslist over het voortduren van de bewaring geen rechtsmiddel open.