ECLI:NL:RBDHA:2023:15546
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting op basis van de aangevoerde argumenten.
De rechtbank overweegt dat de Dublinverordening bepaalt dat een lidstaat een asielaanvraag niet in behandeling neemt indien een andere lidstaat verantwoordelijk is. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat is geaccepteerd. Eiser stelt dat ook Italië of Duitsland verantwoordelijk zouden kunnen zijn en voert aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege zijn homoseksuele geaardheid en de opvangsituatie in Frankrijk.
De rechtbank oordeelt dat Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat geldt, ondanks eerdere asielaanvragen in Italië en Duitsland. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt in principe, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het asiel- en opvangsysteem in Frankrijk structureel tekortschiet en een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest bestaat. Dit is niet gebleken. De stelling van eiser over zijn kwetsbaarheid en opvangproblemen is onvoldoende concreet en niet onderbouwd.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.