ECLI:NL:RBDHA:2023:15598
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing inreisverbod wegens onvoldoende bewijs oprechtheid huwelijk
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om opheffing van het inreisverbod dat sinds 2012 tegen hem geldt. Dit inreisverbod werd oorspronkelijk opgelegd na een afgewezen asielaanvraag en een vermoeden van een schijnhuwelijk met zijn Hongaarse echtgenote. Eiser stelde dat het huwelijk oprecht is en dat het inreisverbod onterecht is.
De rechtbank beoordeelde het beroep op 7 juli 2023 en concludeerde dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat het schijnhuwelijk is beëindigd of dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die het inreisverbod rechtvaardigen om op te heffen. Eiser overhandigde slechts een inhoudsopgave van stukken en geen volledige documenten die de oprechtheid van de relatie aantonen.
De rechtbank bevestigde dat eerdere rechterlijke uitspraken het vermoeden van een schijnhuwelijk ondersteunen en dat verweerder terecht het inreisverbod handhaafde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.