Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Oezbeekse man, diende op 15 april 2022 een asielaanvraag in met als grond dat hij vreest voor problemen met buren en autoriteiten bij terugkeer naar Oezbekistan. De staatssecretaris wees de aanvraag af, waarbij hij de identiteit en herkomst van eiser erkende, maar oordeelde dat het risico op ernstige schade onvoldoende aannemelijk was.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade door zijn buren of autoriteiten. De problemen met de buren dateren van 2019 en zijn niet geëscaleerd, en de beweringen over mishandeling door autoriteiten zijn onvoldoende onderbouwd. Wel is onduidelijk of eiser bij terugkeer vanwege het ontbreken van een exit-visum en biometrisch paspoort niet in de negatieve aandacht van de autoriteiten zal komen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de situatie bij terugkeer, terwijl hij daartoe op grond van de Awb en werkinstructies verplicht was. Het besluit is daardoor onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd, wat leidt tot vernietiging van het besluit. De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen en veroordeelt hem in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar risico's bij terugkeer.