ECLI:NL:RBDHA:2023:15663
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 30 januari 2023 een asielaanvraag in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Polen verantwoordelijk is voor de behandeling, gelet op een geldig Pools visum en de acceptatie van het overnameverzoek door Polen.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Polen niet kan worden toegepast vanwege vier redenen: de onder druk staande onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, pushbacks aan de Poolse grenzen, de zorgwekkende situatie voor lhbti-personen, en de systematische detentie van Dublinterugkeerders onder slechte omstandigheden.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in principe geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat hij een reëel risico loopt op schending van fundamentele rechten bij overdracht aan Polen. De zorgwekkende situatie voor lhbti’s en de pushbacks rechtvaardigen geen uitzondering zonder individuele risicofactoren. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat detentieomstandigheden in Polen onrechtmatig en onherstelbaar zijn.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen reden om de behandeling aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.