ECLI:NL:RBDHA:2023:15756
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank beoordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is en dat het beroep ongegrond is. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op indirect refoulement, mede omdat Duitsland het verzoek tot terugname heeft aanvaard en er geen concrete aanwijzingen zijn dat het beschermingsbeleid in Duitsland fundamenteel verschilt van dat in Nederland.
Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat de opvangomstandigheden, rechtsbijstand of de medische situatie van eiser zodanig problematisch zijn dat overdracht onredelijk zou zijn. De rechtbank wijst ook het beroep op het arrest Ilias en Ahmed af, omdat dit niet van toepassing is op overdracht binnen de EU.
De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond en handhaaft het besluit van de staatssecretaris. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.