ECLI:NL:RBDHA:2023:15769
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig biseksueel asielrelaas ondanks niet-registertolk
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vanwege zijn biseksuele geaardheid en mishandeling in Gambia en Libië bescherming nodig had. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de biseksuele geaardheid, de betrapping en mishandeling.
De rechtbank constateerde dat verweerder tijdens het aanvullend gehoor geen registertolk gebruikte en dit niet in het besluit motiveerde, wat een motiveringsgebrek opleverde. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat het grootste deel van de gehoren wel met een registertolk plaatsvond en eiser geen bezwaar had tegen de tolk tijdens het gehoor.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende rekening hield met het referentiekader van eiser, die analfabeet is en geen schoolopleiding genoot. De rechtbank vond het echter terecht dat verweerder het asielrelaas over de biseksuele geaardheid en de relatie met [naam 3] ongeloofwaardig achtte vanwege gebrek aan persoonlijke beleving en vage verklaringen.
Ook de verklaringen over de mishandeling en ontsnapping werden als inconsistent en ongeloofwaardig beoordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser.
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardig asielrelaas.