ECLI:NL:RBDHA:2023:15773
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en wrakingsverbod wegens evident misbruik van recht in wrakingsprocedure
Verzoeker heeft meerdere verzoeken gedaan tot aanhouding van de mondelinge behandeling in een civiele hoofdzaak, waarbij het laatste verzoek werd afgewezen. Vervolgens heeft verzoeker de wrakingskamer gewraakt vanwege deze afwijzing, maar de wrakingskamer oordeelde dat dit evident misbruik van recht betrof en liet het verzoek buiten behandeling.
Daarnaast heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter op grond van vermeende partijdigheid en procedurele onregelmatigheden tijdens de zitting van 25 oktober 2022. Dit verzoek werd echter te laat ingediend, meer dan drie weken na de zitting, zonder redelijke verklaring, waardoor verzoeker niet-ontvankelijk werd verklaard.
De wrakingskamer legde tevens een wrakingsverbod op, omdat verzoeker het middel van wraking gebruikte om de voortgang van de procedure te frustreren. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter en het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer wordt buiten behandeling gelaten wegens evident misbruik van recht.