Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoeker, p/a de gemachtigde;
- de wederpartij in de hoofdzaak (de Nationale ombudsman);
- team bestuursrecht van deze rechtbank.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters die betrokken zijn bij de procedure in de hoofdzaak tegen de Nationale ombudsman. Het verzoek was gebaseerd op het uitblijven van een verweerschrift en vermeende onzorgvuldige behandeling, waardoor volgens verzoeker de onpartijdigheid van de rechters in het geding zou zijn.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, wat niet aannemelijk werd gemaakt. Het uitblijven van een verweerschrift kan niet aan de rechters worden toegerekend en zegt niets over hun onpartijdigheid.
Daarnaast constateerde de kamer dat de gemachtigde van verzoeker meerdere soortgelijke wrakingsverzoeken had ingediend zonder concrete onderbouwing, wat werd aangemerkt als misbruik van het wrakingsmiddel. Daarom werd een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken van dezelfde gemachtigde in deze zaak.
De wrakingskamer wees het verzoek af, bepaalde dat de procedure wordt voortgezet en bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek van dezelfde gemachtigde niet in behandeling wordt genomen. De beslissing werd op 2 februari 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken van dezelfde gemachtigde.