Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 4 oktober 2023 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, van Eritrese nationaliteit, stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank behandelde het beroep op 13 oktober 2023 via telehoren. Verweerder motiveerde dat de noodzakelijke documenten voor terugkeer naar Duitsland aanwezig zijn of spoedig beschikbaar zullen zijn. Eiser voerde aan dat hij een vaste verblijfplaats heeft, geen bedreiging vormt voor de openbare orde en dat geen lichter middel is toegepast.
De rechtbank overwoog dat het rechtsvermoeden van artikel 59 lid 2 Vw Pro inhoudt dat de maatregel van bewaring gerechtvaardigd is indien de noodzakelijke documenten voor terugkeer aanwezig zijn, zonder dat concrete aanwijzingen van ontduiking vereist zijn. Verweerder had voldoende gemotiveerd dat lichter middelen niet effectief waren, mede gezien eerdere verblijfplaats op VBL en de weigering van eiser terug te keren.
De rechtbank stelde vast dat verweerder voortvarend handelde met meerdere uitzettingshandelingen binnen zes dagen na aanvang bewaring. Er was geen schending van Unierechtelijke voorwaarden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.