ECLI:NL:RVS:2012:BY0852
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inbewaringstelling Dublinclaimant buiten reikwijdte Terugkeerrichtlijn
De vreemdeling werd op 7 maart 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het besluit van 23 november 2011 niet conform de wettelijke vereisten was bekendgemaakt, waardoor het besluit niet in werking was getreden en de vreemdeling ten tijde van de inbewaringstelling rechtmatig verblijf had. Dit leidde echter niet tot vernietiging van de uitspraak.
Verder bevestigde de Afdeling dat de inbewaringstelling op grond van artikel 59, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig was, ook al viel de vreemdeling buiten de reikwijdte van de Terugkeerrichtlijn. De Afdeling verwierp de stelling dat de Terugkeerrichtlijn analoog moest worden toegepast en oordeelde dat de rechtbank terughoudend had getoetst of een minder dwingende maatregel dan bewaring mogelijk was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de inbewaringstelling van de vreemdeling bevestigd.