ECLI:NL:RBDHA:2023:15823

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 oktober 2023
Publicatiedatum
20 oktober 2023
Zaaknummer
insolventienummer: C/09/23/104 R
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 349a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum wettelijke schuldsaneringsregeling

De heer verzoeker heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank heeft het verzoek tot toelating toegewezen, maar het verzoek om de looptijd van de WSNP te verkorten door een eerdere ingangsdatum te bepalen, is afgewezen.

De rechtbank overweegt dat een eerdere ingangsdatum betekent dat vanaf die datum de WSNP-verplichtingen gelden, waaronder de afdrachtplicht. Verzoeker ontvangt een Participatiewet-uitkering die lager is dan het vrij te laten bedrag (Vtlb), waardoor geen afloscapaciteit aanwezig is. Daarnaast is onduidelijk of verzoeker tijdens het minnelijke traject aan de inspanningsverplichting heeft voldaan, mede gezien zijn recente revalidatie en vrijwilligerswerk.

De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder, stelt vast dat alle gelegde beslagen komen te vervallen en legt de postblokkade en andere WSNP-verplichtingen op. Tevens waarschuwt zij dat het niet storten van beheerrekeningbedragen kan leiden tot verlenging of voortijdige beëindiging van de regeling zonder schone lei.

Uitkomst: Het verzoek om een eerdere ingangsdatum van de WSNP wordt afgewezen wegens gebrek aan afloscapaciteit.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/23/104 R
vonnis van 19 oktober 2023
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode en woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 19 oktober 2023. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan de heer [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- De heer [verzoeker], vergezeld door:
- Mevrouw M. van der Schaliek, beschermingsbewindvoerder.
- Mevrouw [schuldhulpverlener 1], schuldhulpverlener.
- Mevrouw [schuldhulpverlener 2], schuldhulpverlener.

2.De beoordeling van het verzoek

2.1.
De heer [verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
De heer [verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
2.3.
De verplichtingen waaraan De heer [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste 13 maanden van het traject een postblokkade geldt. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan de heer [verzoeker].
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als de heer [verzoeker] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen.
De ingangsdatum
2.6.
Artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet (Fw) bepaalt sinds 1 juli 2023 dat de termijn van de WSNP begint te lopen (ingaat) op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de WSNP, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die dag eerder is gelegen.
2.7.
De schuldhulpverlener van de heer [verzoeker] heeft verzocht de looptijd van de WSNP te verkorten. De schuldhulpverlener geeft aan dat zij een ingangsdatum wenst, te weten vanaf het moment dat het schuldenbewind is gestart in juni 2022. Mede gelet op hetgeen ter terechtzitting is besproken, begrijpt de rechtbank dit als een verzoek om de ingangsdatum te bepalen op de datum 15 maanden voorafgaand aan de datum van een te wijzen toelatingsvonnis. Verzoeker zou volgens de schuldhulpverlener vanaf juni 2022 uit zijn inkomsten een bedrag van € 812,00 hebben gespaard.
2.8.
De rechtbank neemt bij de beoordeling van dit verzoek om een eerdere ingangsdatum – en daarmee bij de beoordeling van de vraag of sprake is van aflossingen in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling – onder meer het volgende tot uitgangspunt: (1) aflossen is maximaal aflossen, (2) de hoogte van de aflossing wordt vastgesteld aan de hand van het vrij te laten bedrag (Vtlb) zoals berekend met de Vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is en (3) invulling van de inspanningsplicht zoals in de WSNP.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum (een ingangsdatum vóór de dag van de WSNP-uitspraak) betekent dat vanaf die eerdere datum de WSNP-regeling met de daaraan verbonden WSNP-verplichtingen gaat gelden. Een van die WSNP-verplichtingen is de afdrachtplicht, die onder meer inhoudt dat maandelijks het verschil tussen de nettoinkomsten van een schuldenaar en het Vtlb aan de boedel moet worden afgedragen, ofwel – in termen van de wetgever – wordt afgelost. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus achtereenvolgend maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de nettoinkomsten en het Vtlb. In de situatie van de heer [verzoeker] is hiervan geen sprake. De heer [verzoeker] leeft van een Participatiewet-uitkering die lager is dan het het Vtlb, zodat geen sprake is van enige afloscapaciteit.
2.10.
Verder is onduidelijk of gedurende het minnelijke traject is voldaan aan de inspanningsverplichting. Uit het rapport van Salude van 7 juni 2023 blijkt dat de heer [verzoeker] in staat wordt geacht tot het verrichten van licht zittend werk gedurende 4 uur per dag. Tijdens de zitting is aan de orde gekomen dat de heer [verzoeker] de afgelopen periode geen betaalde arbeid heeft verricht, net uit de revalidatie komt en op dit moment 16 uur vrijwilligerswerk doet.
2.11.
Gezien het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek om verkorting van de looptijd onvoldoende is onderbouwd. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
2.12.
De rechtbank merkt tenslotte in dit verband nog wel op dat indien het bedrag van de beheerrekening niet op korte termijn op de boedelrekening wordt gestort, er een boedelachterstand ontstaat en dit tot gevolg kan hebben dat de WSNP-regeling wordt verlengd of zelfs voortijdig – zonder schone lei – kan worden beëindigd. Dit kan ook het geval zijn indien komt vast te staan dat vanaf de ingangsdatum andere WSNP-verplichtingen niet (correct) zijn nagekomen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] (Marokko),
wonende te [adres, postcode en woonplaats],
- wijst het verzoek tot het bepalen van een ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling voor de datum van de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. A.C.M. Höppener en tot bewindvoerder: N.T. van den Deijssel (Sociaal.nl Schuldsanering BV),
Postbus 845
1440 AV Purmerend;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende 13 maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van de heer [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. A.C.M. Höppener, rechter, in samenwerking met A. van Groningen Schinkel, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2023.