ECLI:NL:RBDHA:2023:15864

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 oktober 2023
Publicatiedatum
23 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.21903
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 13 Verordening (EU) Nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en Kroatië

Eiser, een Eritrese staatsburger, diende op 21 februari 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn volgens artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening. Verweerder stelde dat eiser via Kroatië het EU-grondgebied was binnengekomen en binnen twaalf maanden in Nederland asiel had gevraagd.

Eiser voerde aan dat Kroatië asielzoekers niet in overeenstemming met internationale afspraken behandelt en verwees naar eerdere rechtbankuitspraken waarin dit werd bevestigd. Hij stelde dat Kroatië zogenoemde pushbacks toepast, waardoor asielzoekers teruggestuurd worden naar gevaarlijke gebieden.

De rechtbank oordeelde dat de eerdere uitspraken achterhaald zijn door een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 september 2023, waarin werd vastgesteld dat het overdragen van vreemdelingen aan Kroatië weer mogelijk is. Kroatische autoriteiten hebben bevestigd dat asielzoekers adequaat worden behandeld. De rechtbank vond geen reden om hiervan af te wijken en verklaarde het beroep ongegrond.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier N.F. Kreeftmeijer op 17 oktober 2023 te Middelburg.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.21903

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

v-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

Bij besluit van 19 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 5 oktober 2023 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.A.M. Fikken, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Eritrese nationaliteit te hebben. Op 21 februari 2023 heeft hij asiel aangevraagd in Nederland.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Volgens verweerder is Kroatië daarvoor namelijk verantwoordelijk zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening) aangezien eiser via Kroatië het grondgebied van de lidstaten is ingereisd en eiser binnen twaalf maanden in Nederland om asiel verzocht heeft.
3. Eiser voert hiertegen aan dat er niet vanuit kan worden gegaan dat Kroatië asielzoekers in overeenstemming met internationale afspraken behandelt (het interstatelijk vertrouwensbeginsel). Volgens eiser stuurt Kroatië asielzoekers namelijk terug naar gebieden waar het voor hen gevaarlijk is (pushbacks). Eiser wijst hierbij op diverse rechtbankuitspraken waarin het beroep gegrond is verklaard en waarin dit met zoveel woorden wordt bevestigd. Ter zitting heeft eiser ook gewezen op een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank den Haag, zittingsplaats Roermond, van 20 september 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:5585.
4. De door eiser aangehaalde uitspraken zijn achterhaald door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3411. Hierin is geoordeeld dat, anders dan voorheen, het overdragen van vreemdelingen aan Kroatië weer mogelijk is. De Kroatische autoriteiten hebben namelijk desgevraagd aan verweerder bevestigd dat asielzoekers adequaat worden behandeld. In wat eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om hiervan af te wijken.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.