ECLI:NL:RBDHA:2023:1593
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na inwilliging beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van november 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris alsnog een verblijfsvergunning verleend met terugwerkende kracht. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevorderd.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris volledig aan het verzoek van verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog een positieve beslissing te nemen. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten toewijzen aan verzoeker.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een puntentoekenning voor het indienen van het beroepschrift en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.