ECLI:NL:RBDHA:2023:15952
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, maakt bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 29 augustus 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het dossier bestudeerd om tot een oordeel te komen.
De rechtbank overweegt dat zij de maatregel eerder heeft getoetst en toen rechtmatig heeft bevonden tot het moment van het sluiten van dat onderzoek. Het beroep richt zich nu uitsluitend op de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel sinds dat moment. De aangevoerde gronden van eiser, waaronder de onjuiste overdracht en het recht op verweer tegen overdracht aan Frankrijk, zijn reeds in een eerdere procedure beoordeeld en zijn niet relevant voor de huidige beoordeling.
De ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.