Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Wettelijk kader
staatloze die overeenkomstig de hoofdstukken II en III als vluchteling wordt erkend.
Algemene wet bestuursrecht
Vreemdelingenwet 2000
Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb)
to make an application for protection) bij de Nederlandse autoriteiten. Daarmee is volgens hem sprake van het ontvangen (
to registrate an application) van een asielaanvraag als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de Vw.
Dat hij op 20 oktober 2021 door verweerder in staat is gesteld een M35-H formulier te ondertekenen (
to lodge/to submit an application), maakt niet dat de datum van de aanvraag verschuift van 10 oktober naar 20 oktober 2021. Het verlenen van een verblijfsvergunning vanaf het moment dat aan door verweerder gestelde procedurele eisen voor het indienen van de aanvraag is voldaan, doet volgens eiser afbreuk aan het declaratoire karakter van het vluchtelingschap en is in strijd met artikel 13 van Pro de Kwalificatierichtlijn.
indieningvan het verzoek om internationale bescherming. Hier wordt dus expliciet een uitzondering gemaakt op het uitgangspunt dat de rechten opgenomen in de Procedurerichtlijn kunnen worden ingeroepen vanaf het moment van ‘doen’ van het verzoek. Daaruit kan worden afgeleid dat alle rechten van toepassing zijn vanaf het moment van ‘doen’ van een verzoek, tenzij er in de richtlijn een ander moment is opgenomen.
nadatinternationale bescherming is verleend een verlengbare verblijfstitel wordt verstrekt. Uit deze bepaling blijkt een onderscheid tussen de vluchtelingenstatus, die declaratoir is, en de verblijfstitel, die dat niet is. De verblijfstitel is verleend ‘zo spoedig mogelijk na verlening van de internationale bescherming’ Voor analoge toepassing van de Gezinsherenigingsrichtlijn [13] en de daarop gebaseerde arresten A. en S. en X.C. is geen ruimte, omdat artikel 24 van Pro de Kwalificatierichtlijn uitdrukkelijk regelt wanneer een verblijfstitel moet worden verstrekt.
8.6 […] Uit de systematiek van de Vw 2000, het Vb 2000 en het VV 2000, zoals die volgt uit de in 2.8.2 genoemde bepalingen, valt af te leiden dat de ingangsdatum van een verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet eerder kan zijn gelegen dan de dag waarop aan alle in enig wettelijk voorschrift gestelde vereisten voor het indienen van een aanvraag om een zodanige vergunning is voldaan. De in artikel 44, tweede lid, van de Vw 2000 opgenomen zinsnede "de datum waarop de aanvraag is ontvangen" moet derhalve aldus worden verstaan dat voor de toepassing van deze bepaling eerst sprake is van een ontvangen aanvraag indien aan alle wettelijke vereisten voor de indiening van die aanvraag is voldaan Dit betekent dat de ingangsdatum van de aan de vreemdeling verleende vergunning niet eerder kan zijn gelegen dan op 1 juli 2008, de datum waarop hij een M35-H formulier, zijnde het voorgeschreven model voor de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, heeft ondertekend.
Meer in het bijzonder vraagt de rechtbank zich af of nationale regels waarin is bepaald dat een verblijfsvergunning niet eerder kan worden verleend dan met ingang van de datum waarop aan de in de nationale wetgeving voorgeschreven procedurevoorschriften is voldaan, in strijd is met het declaratoire karakter van het vluchtelingschap en/of artikel 13 van Pro de Kwalificatierichtlijn. Volgens de nationale wetgeving heeft eiser recht op een asielvergunning met ingang van de datum dat aan alle in enig wettelijk voorschrijft gestelde vereisten voor het indienen van de aanvraag om een zodanige vergunning is voldaan, te weten 20 oktober 2021. Dit was de dag waarop eiser (voor het eerst) in de gelegenheid is gesteld om zijn aanvraag formeel in te dienen met de ondertekening van het daartoe bestemde formulier. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is de vraag of dit nationale recht en daarmee het besluit van verweerder, in overeenstemming is met het Unierecht.