ECLI:NL:RBDHA:2023:1601
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering machtiging voorlopig verblijf na intrekking bestreden besluit
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van 16 juni 2021 waarin haar bezwaar tegen de weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ongegrond werd verklaard. Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 12 september 2022 het bezwaar alsnog gegrond verklaard en de machtiging verleend.
De rechtbank oordeelt dat het nieuwe besluit het bestreden besluit vervangt conform artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk is. Eiseres heeft geen procesbelang meer bij het beroep.
Verder verzoekt eiseres vergoeding van proceskosten en griffierecht, maar de rechtbank wijst dit af omdat de verlening van de mvv niet voortvloeit uit het bezwaar van eiseres, maar uit gewijzigde omstandigheden, namelijk het overlijden van de moeder van de referent.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst de verzoeken tot vergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bestreden besluit is vervangen door een nieuw besluit waarin alsnog een machtiging tot voorlopig verblijf is verleend.