ECLI:NL:RVS:2021:2068
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep intrekking omgevingsvergunning terras Dordrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht verleende op 9 september 2016 een omgevingsvergunning aan Huis Roodenburch B.V. voor het gebruik van een tuin als terras voor 60 personen. Na het faillissement van Huis Roodenburch B.V. in januari 2018 en het verzoek van de curator, trok het college de vergunning op 18 januari 2019 in. Appellanten betwistten de intrekking en voerden beroep aan tegen het besluit.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat de vergunning was ingetrokken en appellanten geen schade hadden geleden. Tevens wees de rechtbank een verzoek tot vergoeding van proceskosten af. Appellanten stelden in hoger beroep dat zij wel belang hadden bij een inhoudelijk oordeel over de vergunning, mede vanwege een nieuwe vergunning aan een andere exploitant en dat zij recht hadden op vergoeding van gemaakte kosten en verletkosten.
De Raad van State oordeelde dat het intrekken van de vergunning het procesbelang in principe wegneemt en dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Wel stelde de Raad vast dat de rechtbank ten onrechte de vergoeding van de verletkosten beperkte tot de zittingsduur, terwijl ook reistijd moet worden vergoed. De Raad vernietigde daarom het deel van het vonnis over de proceskostenvergoeding en veroordeelde het college en de Staat tot vergoeding van de volledige verlet- en reiskosten. Het griffierecht en proceskosten in hoger beroep werden eveneens toegewezen.
De Raad wees het verzoek tot vergoeding van kosten voor een brochure af, omdat deze niet rechtstreeks verband hield met de bestreden vergunning. De uitspraak bevestigt het belang van procesbelang bij bestuursrechtelijke beroepen en verduidelijkt de regels omtrent vergoeding van kosten bij overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de rechtbankuitspraak vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betreft.