ECLI:NL:RBDHA:2023:16013
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank beoordeelt of de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Roemenië. Eiser voert aan dat de feitelijke situatie in Roemenië, zoals beschreven in een landenrapport van het US Department of State en zijn persoonlijke omstandigheden, maakt dat dit vertrouwensbeginsel niet langer kan worden aangenomen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van systeem gerelateerde tekortkomingen in Roemenië die het vertrouwensbeginsel ondermijnen. De staatssecretaris heeft terecht geoordeeld dat de incidenten in het rapport zich vooral aan de grens voordoen en dat eiser als Dublinclaimant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij dergelijke problemen zal ondervinden.
Ook is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris voldoende is ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van eiser en dat eiser de mogelijkheid heeft om klachten in Roemenië te melden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft de asielaanvraag niet in behandeling te nemen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag mag worden overgedragen aan Roemenië.