ECLI:NL:RBDHA:2023:16031
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs tegen vervolgingsrisico bij terugkeer Eritrea
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, stelde dat zij in Eritrea gevangen was gezet vanwege politieke uitingen en dat zij levenslang militaire dienst moest verrichten. Verweerder wees de asielaanvraag af omdat hij niet aannemelijk achtte dat eiseres bij terugkeer opnieuw vervolgd zou worden. De rechtbank oordeelde dat eiseres terecht werd gezien als politiek vervolgde in de zin van het Vluchtelingenverdrag, waardoor de bewijslast dat vervolging zich niet opnieuw voordoet bij verweerder ligt.
De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de gevangenschap niet als vervolging moest worden aangemerkt en dat verweerder terecht belang mocht hechten aan de legale uitreis van eiseres met paspoort en visum. Ook achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat eiseres als deserteur zou worden aangemerkt of dat haar politieke activiteiten in Zweden tot negatieve aandacht van de Eritrese autoriteiten zouden leiden.
Verweerder had echter onvoldoende gemotiveerd waarom van eiseres bij terugkeer terughoudendheid in politieke uitingen mocht worden verwacht en had haar hierover niet gehoord. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij eiseres opnieuw wordt gehoord over haar politieke uitingen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij eiseres opnieuw wordt gehoord.