ECLI:NL:RBDHA:2023:16036
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen mvv-aanvraag
Eiseres diende op 13 mei 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid in het kader van nareis. De staatssecretaris verlengde de beslistermijn tot zes maanden, waardoor de termijn op 13 november 2022 verstreek. Eiseres stelde de staatssecretaris op 6 mei 2023 schriftelijk in gebreke en diende vervolgens op 22 mei 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De staatssecretaris voerde aan dat het beroep niet ontvankelijk was omdat de wettelijke termijn van twee weken na ingebrekestelling nog niet was verstreken. De termijn zou eindigen op 19 mei 2023, maar deze dag was gelijkgesteld met een erkende feestdag, waardoor de termijn verlengd werd tot 22 mei 2023. Dit hield in dat op de dag van indiening van het beroep de beslistermijn nog liep.
De rechtbank oordeelde dat het beroep prematuur was ingediend en daarom niet-ontvankelijk. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter F. Sijens en griffier F.Q. Peters en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de mvv-aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.