ECLI:NL:RBDHA:2023:16037
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiser diende op 4 september 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden stelde eiser de staatssecretaris op 14 oktober 2022 in gebreke en stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De staatssecretaris gaf op 2 augustus 2023 aan dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken. De rechtbank constateert dat eiser sinds 25 juli 2023 niet meer in Nederland verblijft en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Volgens vaste rechtspraak impliceert dit dat eiser geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming.
De rechtbank oordeelt dat eiser daardoor geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet af van een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken van procesbelang.