Eiseres, werkgever van een langdurig zieke werknemer, verzocht het UWV om bekorting van een opgelegde loonsanctie wegens vermeende onvoldoende re-integratie-inspanningen. Het UWV wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze beslissing.
De rechtbank stelde vast dat het oorspronkelijke besluit tot loonsanctie onherroepelijk is, maar dat het in deze procedure ging om de vraag of het UWV terecht heeft geweigerd de loonsanctie te bekorten. Het deskundigenoordeel van het UWV uit januari 2021 concludeerde dat de re-integratie-inspanningen van eiseres voldoende waren, met de kanttekening dat het beloop gevolgd moest worden en waar nodig bijgesteld. De medische situatie van de werknemer was sindsdien niet verbeterd.
De rechtbank oordeelde dat eiseres mocht vertrouwen op het deskundigenoordeel en niet verplicht was om zelf aanvullende medische adviezen op te vragen bij de bedrijfsarts. Eiseres had voldaan aan haar inspanningsverplichting door regelmatige gesprekken tussen werknemer en bedrijfsarts te faciliteren. Het UWV had ten onrechte geoordeeld dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren en de loonsanctie niet mocht worden bekort.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waarmee de loonsanctie onterecht was verlengd. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.