Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoeker;
- [partij in de hoofdzaak] ;
- de wederpartij in de hoofdzaken;
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
Op 13 februari 2023 diende een partij een wrakingsverzoek in tegen mr. D.R. van der Meer, rechter in bestuursrechtelijke zaken bij de Rechtbank Den Haag, namens meerdere personen waaronder verzoeker. Het verzoek was gebaseerd op vermeende tegenstrijdigheid en bevooroordeeldheid, maar bevatte geen concrete feiten of omstandigheden ter onderbouwing.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en concludeerde dat het niet voldeed aan de wettelijke vereisten, aangezien de verzoeker geen concrete aanwijzingen van partijdigheid had aangevoerd. Het verzoek werd daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en er werd geen mondelinge behandeling gehouden.
Daarnaast werd vastgesteld dat de gemachtigde van verzoeker herhaaldelijk wrakingsverzoeken indient zonder nieuwe gronden, wat werd aangemerkt als misbruik van het wrakingsmiddel. Daarom werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van deze gemachtigde in de betreffende zaken niet meer in behandeling worden genomen.
De behandeling van de bestuursrechtelijke zaken wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en toekomstige wrakingsverzoeken van dezelfde gemachtigde worden niet meer in behandeling genomen.