Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoekster;
- [partij in de hoofdzaak] ;
- de wederpartij in de hoofdzaken;
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft via een gemachtigde een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. D.R. van der Meer, rechter bij de rechtbank Den Haag, in bestuursrechtelijke hoofdzaken. Het verzoek betrof vermeende tegenstrijdigheid en bevooroordeeldheid, maar bevatte geen concrete feiten of omstandigheden ter onderbouwing.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was omdat één van de zaken onterecht was ingeschreven en het verzoek voor de andere zaak onvoldoende gemotiveerd was. De wet vereist dat concrete gronden tegelijk met het verzoek worden aangevoerd, hetgeen niet is gebeurd.
Daarnaast constateerde de wrakingskamer dat de gemachtigde van verzoekster herhaaldelijk talrijke wrakingsverzoeken zonder nieuwe gronden indient, wat wordt gezien als misbruik van het wrakingsrecht. Daarom is bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken van deze gemachtigde niet meer in behandeling worden genomen.
De beslissing werd genomen door een meervoudige wrakingskamer en is in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2023. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen en wrakingsverbod opgelegd aan gemachtigde wegens misbruik van het wrakingsrecht.